2. Schutterhof Sint-Sebastiaan

 

De handbooggilde van Sint-Sebastiaan  kon dus vanaf 1454 vergaderen en oefenen op hun eigen schuttershof nabij de Kruisvest. Voordien kwam men samen in de tuin van het Minderbroedersklooster (nu: Astridpark) om op doelen te schieten. Op de kaart van Marcus Gerards van 1562 zien we een duidelijk beeld van dit schuttershof aan de Rolweg. Een miniatuur van Simon Bening van ca. 1520 biedt ook een kijk op dit domein. Een beschrijving van dit goed in een huurovereenkomst van 6 april 1570 vermeldt naast een aantal doelen en een doelhuisje ook een conciergewoning, de koningskamer, een kruidentuin, twee vijvers met vis en een wijngaard. Toen reeds keek het bestuur van het gilde uit naar een nieuwe bestemming omdat er te ingrijpende herstellingswerken aan hun domein moesten worden uitgevoerd. In 1573 kopen ze een nieuw eigendom, nl. het naburige Lombaerdsheester in de Carmersstraat. Op 4 mei 1574 namen de gildenbroeders met veel luister afscheid van hun oud hof in de Rolweg en werden het nieuwe hof en gildenhuis ingewijd. Na deze verhuis naar de Carmersstraat verhuurden ze het oude schuttershof als blekerij, maar in 1591 werd dan toch besloten het domein van de hand te doen om de gildenkas te spijzen.

 

Schuttersgilden

Het ontstaan van stedelijke schuttersgilden klimt op tot de Middeleeuwen en moet gezien worden in het licht van de militaire noodwendigheid. Zij waren noodzakelijk als onderdeel van de stadsmilitie voor de verdediging van de stad, maar ook de graven van Vlaanderen deden een beroep op hen voor hun oorlogsvoering. Brugge telde (en telt nog steeds) twee eerbiedwaardige schuttersgilden: de handboogschutters verenigden zich in de Sint-Sebastiaansgilde en degenen die de kruisboog hanteerden vormen de Sint-Jorisgilde. Beide speelden een belangrijke rol in de stadsgeschiedenis. In de 15de eeuw evolueerden deze gilden van een militaire instelling naar een recreatieve en sociale vereniging. Naast de ontspanning op het eigen schuttershof, luisterden ze feesten, tornooien en blijde inkomsten op. Ook op de jaarlijkse Heilig-Bloedprocessie ontbraken ze niet op het appel. De Sint-Sebastiaansgilde bestond reeds in de 14de eeuw en legt tot op vandaag nog steeds een bloeiende werking aan de dag. Sinds 1574 vindt deze vereniging onderdak in de Carmersstraat. Dit domein strekt zich uit tot aan de Rolweg, recht tegenover het Guido Gezellemuseum.

 

Heel wat eigenaars van het hoekhuis en hoveniersland waren lid van deze societyclub zoals Charles Breydel (1585), Valentijn de Clercq (1602) en Pieter Moentack (1715).