Op 11 januari 1848 overleed Theodore Vande Walle op 67-jarige leeftijd. Hij liet een vrouw en vier minderjarige kinderen achter: Aphonse, Victor, Mathilde en Jules. Enkel Alphonse oefende een beroep uit, nl. als agent bij de Société Génerale. De andere drie waren rentenier. Alle vier bleven ze in het ouderlijk huizen wonen want op uitzondering van Victor bleven de andere drie ongehuwd. Eén jaar na het overlijden van zijn huisbaas en werkgever maakte de weduwe een einde aan zijn contract en was hij gedwongen een ander onderkomen te zoeken. Begin 1849 zegde het gezin van Pieter Gezelle het huis en hoveniershof in de Rolweg vaarwel en betrok een huis met hoveniershof aan de overzijde van de straat, naast de tuin van de Sint-Sebastiaansgilde. Guido Gezelle verbleef toen reeds in het seminarie in Roeselare. De volgende huurders bleven hoveniersfamilies zoals Becu en Jacqueloot.

 

De weduwe, Isabelle van Zuylen zou haar man nog veertig jaar overleven en stierf in 1889 op de eerbiedwaardige leeftijd van 92 jaar. In 1890 werden in de tuin een ovenhuisje, dat nog steeds bestaat, en serres opgetrokken. De huurders konden nu zelf voorzien in hun dagelijks brood. Sinds 1890 was dit het gezin Leys-Simoens. Edward Leys (°Brugge, 24 september 1857-Roeselare, 11 januari 1944) kwam net als zijn echtgenote, Maria Simoens, uit een hoveniersfamilie. In de Rolweg legde hij zich vooral toe op het kweken van bloemen, waarvoor hij enkele serres had laten optrekken. Aan de gevel prijkte een uithangbord met de aankondiging “Specialité de Bouquets”. Edward was een actief man in het verenigingsleven (toneel) en in de politiek. Hij was katholiek gemeenteraadslid van 1907 tot 1921. Zijn bijnaam, “den Bombardon”, dankte hij aan zijn luide tussenkomsten in de raad en het bespelen van het gelijknamig instrument in de harmonie van de Katholieke Burgersgilde. In 1908, het huis en hoveniershof was toen in bezit van Mathilde Vande Walle, liet de eigenares op vraag van hovenier Leys het woongedeelte verhogen met één verdieping. De architect die deze verbouwing uitwerkte, was niemand minder dan Huub Hoste (1881-1957). Deze verbouwing werd echter tijdens de restauratie in 1974-75 ongedaan gemaakt.

 

Na het overlijden van Mathilde Vande Walle komt het geboortehuis van Guido Gezelle in 1917 via erfenis in handen van Pieter Le Fevere de ten Hove-Vande Walle, die ondertussen reeds de ganse wijk tussen Bapaumestraat, Rolweg en Peperstraat bezat. Met deze eigenaar knoopte het stadsbestuur onderhandelingen aan om dit gebied aan te kopen. Bedoeling was om er in het geboortehuis van Guido Gezelle een museum onder te brengen. De hoveniershof werd een stadstuin en verminderde sterk in oppervlakte door de creatie van de Guido Gezellewarande met speelplein en de aanleg van het Guido Gezellekwartier met de Stijn Streuvels-, Hugo Verriest- en Albrecht Rodenbachstraat. Het stadsbestuur wilde ook voorkomen dat “deze mooie ligging door het bouwen van huizen bedorven worde”. Bij koninklijk besluit van 8 januari 1925 werd de aankoop goedgekeurd. Voor de som van een half miljoen frank werd de stad eigenaar van een gebied van 4,36 ha. Op 24 september 1926 opende het Guido Gezellemuseum haar deuren. Op 12 juli 1976 vond, na de restauratie van het gebouw en de herinrichting van het museum, de heropening plaats. In het Gezellejaar 1999 kreeg de museale inrichting opnieuw een hedendaags “kleedje” aangepast.