Tijdens een openbare verkoop op 9 lauwe (januari) 1728 slaat stokhouder Jan Cools het eigendom af op 600 ponden 18 schellingen groten aan de meest biedende, nl. Pieter Moentack. De Moentacks waren afkomstig uit Frans-Vlaanderen. Zijn vader, ook Pieter en geboren in Sint-Omaars betaalde op 18 juni 1650 zijn poorterschap in Brugge om er het ambacht van scheepstimmerman te kunnen uitoefenen. Maar toch verbleef hij nog enkele jaren in Pollinkhove, in de kasselrij Veurne, waar een aantal van zijn kinderen werd geboren. Vader Pieter Moentack was gehuwd met Catharina Lelieur en hun zoon Pieter was als derde kind geboren in Pollinkhove op 28 juni 1663. Pieter, de jonge, maakte naam en faam in de handel en zou als reder een bloeiende zaak opbouwen. In 1702 werd hij lid van de Kamer van koophandel, waar hij van 1716 tot 1719 in het bestuur zetelde. Als koopman dreef hij voornamelijk handel in wijn en papier met daarnaast een zeer gediversifieerd gamma zoals glas, blauwsel, bleeksel, zalm en honing. Zijn schepen deden havens aan in het noorden (Amsterdam, Hamburg en Bergen) en het zuiden (Bordeaux en Cadix).

 

Alhoewel hij pas op 38-jarige leeftijd voor het eerst in het huwelijksbootje stapte, zou hij deze ceremonie toch driemaal meemaken. Zijn eerste echtgenote, Petronelle Bouckaert stierf reeds één jaar na het huwelijk (kinderloos). Zijn tweede vrouw baarde vier kinderen, maar overleed een week na de geboorte van haar vierde kind. In 1722 huwde hij dan voor de derde maal met Isabelle Errebrant. Na het overlijden van Pieter Moentack (+ 9/2/1733) ontspon zich een ingewikkelde erfenisregeling t.g.v. de vele bezittingen en zijn drie huwelijken. In 1745 vond een vercaveling plaats tussen de verschillende erfgenamen. Het huis en hoveniershof in de Rolweg behoorde voortaan toe aan  zijn weduwe Isabelle Errebrant. Bijna een halve eeuw lang, van 1714 tot 1751, werd het huis bewoond en het hoveniersland bewerkt door hovenier Cornelis Bonheure. De pachtcontracten werden toen reeds opgesteld voor termijnen van drie, zes of negen jaar. Elk jaar diende Bonheure 33 ponden groten te betalen. Na het overlijden van Isabelle Errebrant in 1752 kwam het via erfenissen en een ingewikkeld traject van familieverwantschappen (zie illustratie) in bezit van de dochter van brouwer Carel van Compernolle, eigenaar van de brouwerij De Breidel op de Vrijdagmarkt. Het is deze dochter, Marie Anne van Compernolle en getrouwd met jeneverstoker Jacobus Moke, die in 1815 het huis en hoveniersland van de hand deed. Het was geleden van 1728 dat dit eigendom nog eens in een verkoopakte was vermeld.