3. Blekerij en hoveniersland verhuurd door welstellende eigenaars

 

Op 19 januari 1591 kocht Jan Vergruwe het voormalige schuttershof van Sint-Sebastiaans. Van die tijd af bleef dit perceel voor meer dan 350 jaar in particulier bezit. Op het einde van de 16de eeuw was de oppervlakte reeds gevoelig uitgebreid tot 3 gemeten, één lijn en 29 roeden, zijnde ca. 1,5 ha (of 15.000 m²). Het werd steeds omschreven als een blekerij of een hoveniershof met alle gebouwen en gronden erbij horend. Het perceel had een vierkante vorm en was aan alle vier de zijden ommuurd. Tot in de 20ste eeuw hebben de eigenaars dit domein nooit zelf bewoond. Ze behoorden tot de sociale toplaag van de maatschappij en hadden het gekocht als uitbreiding van hun onroerend patrimonium. Waarschijnlijk lag het rendement van het verhuren hoog, want het bleef meestal enkele decennia lang in eigendom van welstellende families.

 

Jan Vergruwe was gehuwd met Anna Coppens en zijn beroep was het ietwat vreemde salpetermaecker. Met enige verbeelding zouden we kunnen veronderstellen dat Jan Vergruwe als alchemist in dit huis zonder vensters op de straatzijde, dus in volle geheimzinnigheid, op zoek was en experimenteerde om de “steen der wijzen” te ontdekken. Maar Vergruwe bewoonde het huis de Witte Poort op het Jan Van Eyckplein; het eigendom aan de Rolweg werd gewoon verder verhuurd als blekerij. Vijf jaar later reeds verkocht hij het aan Charles Breydel.

 

Charles Breydel (+ 27/10/1632) was de zoon van Jan Breydel die in 1591 als hoofdman van de schuttersgilde mee optrad als verkoper van het oude hof aan Vergruwe. Vader Jan Breydel had een indrukwekkende staat van dienst in de stadsmagistraat als burgemeester en schepen en tenslotte als thesaurier. Charles Breydel zou net als zijn vader een ambt in de stedelijke administratie nastreven. Na zijn rechtenstudies werd hij griffier van de criminele kamer. Hij huwde met Josine Deechbroot, een dochter van de welstellende koopman Jan Deechbroot. Zij hadden vijf kinderen. Op 4 maart 1622 deed hij dit onroerend goed, dat nu niet meer als een blekerij maar als een hoveniershof werd gebruikt, van de hand aan Valentyn de Clercq.