De (her)inrichting van het museum (het vroegere geboortehuis) behoorde nu tot de bevoegdheid van de adjunct-stadsbibliothecaris J. Ghyssaert. Uiteindelijk werd gekozen voor een koele en sobere opstelling van een aantal niet-authentieke dragers, fotografische reproducties zonder originele drukken of oorspronkelijk archiefmateriaal, tentoongesteld in gotisch-moderne (kapel)vitrines (de heropening vond plaats op 12 juli 1976). Vanaf 1980 (Gezellejaar) werd hierin verbetering gebracht door de toevoeging van sfeerscheppende objecten en schilderijen uit de collecties van de Stedelijke Musea en het Museum voor Volkskunde (W. Le Loup, W. Dezutter). In april 1982 werd nogmaals een herinrichting voltooid,  dit keer met schuin opstaande sokkels en functionele wandpanelen; er werd ook meer aandacht besteed aan een thematische ordening en originele voorwerpen.


Op 1 juli 1985 werd het beheer van het Gezellemuseum overgedragen aan de dienst Stedelijke Musea, onder de leiding van dr. V. Vermeersch. Een specifieke functie voor het beheer van het museum werd evenwel niet gecreƫerd. Eerst was Willy Dezutter, conservator van het Volkskundemuseum, verantwoordelijk voor het museologische beheer. Sinds 1991 fungeert Willy Le Loup als feitelijk conservator van het museum. Het archief, waarvan het leeuwendeel werd gevormd door de manuscripten van Gezelle (met ca. 1400 poƫziehandschriften) en ca. 4000 volledige brieven aan de dichter, bleef onder de bevoegdheid en de zorg van de Stedelijke Openbare Bibliotheek (Biekorf, Kuipersstraat).
Naar aanleiding van het Gezellejaar 1999 werd het Gezellemuseum volledig heringericht door Piet Couttenier, Anne De Ghelder en Willy Le Loup. Het is opgevat als een didactisch en informatief literair museum dat rekening houdt met de unieke sfeer van het geboortehuis van de dichter.

 

(P.C.)

 

Uit: P. Couttenier, Het Guido Gezellemuseum te Brugge. Brugge, 1999. (verkorte versie)