Stijn Streuvels stierf op 15 augustus 1969. Op diezelfde dag overleed ook Amanda Gezelle, de laatste conciërge van het Gezellemuseum die familiebanden had met de dichter. Voortaan hield Jozef De Waele, die als stadsmolenaar van Brugge zijn werk had in de Sint-Janshuismolen op de nabij gelegen Kruisvest, toezicht op het huis en de bezittingen van het Gezellemuseum. Kort daarna echter kregen de plannen vaste vorm om het beheer aan het Brugse Stadsbestuur toe te vertrouwen. In de laatste algemene vergadering van 22 februari 1971 werd de vzw Gezelle-Museum ontbonden en het bezit aan Brugge overgedragen. Het Brugse stadsbestuur ging vervolgens een overeenkomst aan met de erven Gezelle-Lateur, vertegenwoordigd door Paul Lateur, voor de aankoop van alles wat zich in het museum bevond, vanaf nu aangeduid als "Archief". Nu kon eindelijk werk worden gemaakt van de inventarisering en beschrijving van het bezit. Besloten werd de collecties over te brengen naar de stadsbibliotheek (Jan Van Eyckplein), dat de beste garanties kon bieden voor een verantwoorde bewaring van de documenten. Het beheer van de museumcollectie kwam daarmee definitief onder de bevoegdheid van de stadsbibliotheek.


Het eigenlijke Gezellemuseum in de Rolweg behield in de nieuwe situatie enkel de functie van memoriaal, annex tentoonstelling. Met dit doel voor ogen wenste de Stad Brugge het geboortehuis te restaureren in de toestand van het historische moment van de geboorte van de dichter (1830). In I972-73 werd het museum hiervoor helemaal leeggemaakt en in 1974-75 werden grondige verbouwingswerken uitgevoerd. De belangrijkste ingreep was de afbraak van de bovenverdieping, waardoor het huis opnieuw de structuur met één bouwlaag kreeg uit de negentiende eeuw. Ook in de keuken werden wijzigingen aangebracht (nieuwe ingangsdeur links van de schoorsteen, waar een gootsteen werd afgebroken), met de bedoeling de oorspronkelijke situatie te herstellen.