In de lente van 1927 werd het Gezellemuseum definitief geopend. Elisa Lateur, de zus van Stijn Streuvels (en dus een nicht van Guido Gezelle), werd daarbij de eerste huisbewaarster. Haar broer Karel Lateur, die actief was als beeldhouwer, assisteerde daarbij. Later werd de rol van conciërge overgenomen door het echtpaar Jerome Hugelier-Amanda Gezelle, de oudste dochter van Georges Gezelle, zoon van Guido Gezelles broer Romain. Zij woonden vanaf 1927 in de voormalige leefruimte van de Gezelles (met centraal de keuken waar ook de ouders van Guido Gezelle sliepen), zodat het eigenlijke 'geboortehuis' niet voor het publiek toegankelijk was.
Al het verworven materiaal en de archivalia werden in het museum samengebracht, zodat archief en museum één geheel vormden. In de optiek van de conservator moest het museum niet alleen een ideale plek worden voor de Gezelleverering, maar ook voor de Gezellestudie. Dit museum was ondergebracht in de gelijkvloerse vertrekken (uitgebreid tot drie kamers) die vroeger door de familie Van de Walle werden gebruikt. Op de bovenverdieping werden ook drie kleine kamers ingericht: een stapelplaats, een werkkamer voor de conservator en een ruimte waar 'Gezelles slaapkamer' werd gereconstrueerd met de verzamelde meubels die aan de dichter hadden toebehoord. Het geboortehuis werd meer en meer een herinneringsplaats waar men ook de sfeer van Gezelles werk en leefwereld kon opsnuiven. De tuin speelde hierin een grote rol. Het geheel, dat voor de Gezellebewonderaars een soort 'stille wijding' had, bood de bezoeker een royaal gestoffeerde, aantrekkelijke en gezellige ruimte die een sterke indruk van authenticiteit naliet, versterkt door het feit dat die bezoeker ook het geluk kon hebben nog met een familielid van de Gezelles kennis te maken en een gemoedelijk gesprek te voeren. Het geboortehuis kreeg daarmee gaandeweg de allure van een illusoir schrijvershuis waar de auteur vele jaren lang zou hebben geleefd en geschreven.


In de jaren 1950-60 groeide het besef dat het onoverzichtelijk geworden archief dringend aan ordening toe was. De inventarisering van het Gezellearchief werd in 1969 toevertrouwd aan Christine D'haen. De opdracht werd uitgevoerd onder auspiciën van het Centrum voor de Studie van het Vlaamse Cultuurleven (CSVC), een studiecentrum dat in 1967 binnen het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven (AMVC) te Antwerpen werd opgericht.