Het was Paul Allossery (1875-1943), de eerste conservator van het Gezellemuseum, die Gezelles nalatenschap in de loop der jaren verder uitbreidde en aanvulde via aankoop of schenking vanwege vele familieleden, oud-studenten, kennissen en sympathisanten. Hierdoor werd het uiteindelijke archief heel wat ruimer dan wat Gezelle na zijn dood aan zijn familie achterliet. Allossery zorgde ook voor een verdere classificatie van het archief waarbij hij talrijke notities op de documenten aanbracht. De belangrijkste groepering en ordening gebeurde naar aanleiding van het Jubileumjaar 1930 en de toen gestarte Jubileumuitgave van Guido Gezelle’s Volledige Werken.


Uiteindelijk werd in 1971 de collectie overgedragen aan het Brugse stadsbestuur, waar ze nu onder de bevoegdheid van de Openbare Bibliotheek ressorteert. Naar aanleiding van het Gezellejaar 1999 kon de Stad Brugge het archief uitbreiden met een belangrijke collectie handschriften en documenten uit het bezit van de Gentse verzamelaar Jean De Coene (1923-1997). Belangrijk, omdat de Coene de hand had kunnen leggen op de Gezelliana uit de nalatenschap van Eugeen Van Oye.