1.  De site opent met (telkens een ander) gedicht. Lees er twee, citeer telkens het eerste vers en beschrijf in een 6-tal regels welke indruk ze op jou maken: wat spreekt je (niet/erg) aan?

2.  Stel schematisch aan de hand van de biografie een curriculum vitae op van Gezelle. Vermeld een 10-tal jaartallen (of periodes) en de belangrijkste gebeurtenissen/activiteiten in zijn leven. Onderscheid dus de hoofdzaken van bijzaken - hier gaat het alleen om de hoofdzaken.

3.  Raadpleeg nu de tijdslijn. Wat waren de belangrijkste gebeurtenissen in de tijd van Gezelle op de volgende vlakken:

 

a.  politiek / maatschappelijk

b.  religieus

c.  technisch / wetenschappelijk

d.  artistiek / cultureel

e.  literair ?

 

Vermeld in je antwoord jaar + gegeven. Beperk je tot twee feiten of gegevens per rubriek.

 

4.  Zoek twee interessante weetjes i.v.m. Gezelles familie (zie vooral p. 2 en 4). Een ervan moet te maken hebben met een andere beroemde Vlaamse auteur.

5.  Literatuur vervulde in Gezelles tijd een andere rol dan nu.

a.  Welke?

b.  Hoe vind je dat al terug in de titel van een paar werken van Gezelle?

 

6.  Noem twee redenen waarom je Gezelle een vernieuwend dichter kan noemen.

 

7.  Beschrijf in een schema het verschil tussen Gezelles werk uit de Roeselaarse en dat uit de Kortrijkse periode. Werk in twee kolommen, telkens met een drietal kenmerken.

8.  Er bestaat een romantisch beeld van het vroegere Brugge: “Bruges la morte”. Was de stad in Gezelles tijd echt zo idyllisch? Waarom (niet)?

9.  Wat had Gezelle met Engeland? Je zou er een heel dossier over kunnen opstellen, maar een antwoord van twee regels volstaat.

 

10. Vergelijk de vroege foto van Gezelle (1860) met die van Gezelle in zijn tuin in Kortrijk (1890). Wat leren de foto’s over de mens Gezelle? Interpreteer het verschil in één volzin.  

 

 Erik De Smedt, Sint-Jozefcollege, Turnhout