Maar de componist Ghesquiere had het moeilijk met de dichter Gezelle. Die was niet gemakkelijk bereid, op vraag van de componist, wijzigingen in de tekst aan te brengen. Gezelle was nog steeds volgens Remi ghesquiere, niet de geschikte man om teksten te leveren voor cantaten of meerstemmige muziekwerken: hij kon de moeilijkheden waarvoor een componist zich geplaatst zag niet inschatten of overzien. Daarbij, Gezelle was niet gauw geneigd om, op vraag van de componist, wijzigingen in zijn tekst aan te brengen. Zo in het gedicht Alle dagen, meet Ghesquiere zich een grote vrijheid aan om het gedicht van een ander refrein te voorzien. In zijn eigen exemplaar van 30 geestelijke liederen voegde hij er de mededeling aan toe: 'ik omdichtte 't zoo met toelating van Caesar Gezelle'. Hij had eerder aan Guido Gezelle gevraagd, maar daar had hij nul op het rekest gekregen: 'Vooraleer 't boekje uit te geven, vroeg ik aan Gezelle soortgelijke versreken te willen wijzigen, maar hij stemde daar niet in toe.' Als we de teksten vergelijken, begrijpen we ook waarom:

 

refreintekst bij Gezelle                                                            refreintekst bij Ghesquiere

Heel de kerke                                                                          Wierookreuken

bij de sterke                                                                             vult de beuken

stemme van den orgel, doet                                                 en met zoeten orgeltoon

uwe talen                                                                                 dat ons stemmen

luid herhalen                                                                             opwaarts klemmen

o Maria weest gegroet                                                tot Maria's hemeltroon

                                   

 

Het was dus duidelijk dat we Gezelle niet geheel ongelijk kunnen geven als hij weigert dat er aan de tekst geprutst wordt! Hoewel Ghesquiere het niet altijd zo bont maakt zoals bij dit gedicht, is de vrijheid die hij zich als componist aanmeet, nogal groot.

 

Ook Baron Joseph Ryelandt beklaagt zich over de stroefheid van Gezelle als het op tekstwijzigingen aankomt. Hij vroeg Gezelle de tekst van een oratorium te schrijven. Dit werd De XIV stonden, of de bloedige dagvaart ons Heeren. Ryelandt getuigt later: 'De goede en geniale Gezelle, zoals vele letterkundigen, kende niks van muziek alhoewel hij er dikwijls veel in zijn verzen legde. (…) Maar toen ik de tekst ontvang, stelde ik vast dat vele passages zich niet tot muziek leenden.'