Op een avond in het Klein Seminarie van Roeselare spelen leraars Bruno Roose en Johan De Stoop een septet van Beethoven. Als herinnering hieraan schijft Gezelle 't Er viel 'ne keer een bladtjen op het water'. Gezelle hield van muziek en in het bijzonder van liederen. Ze konden de dichter tot tranen toe ontroeren. Het lied kan 'de wond in het hert, de wond in 't hert vermaken' . Hij voelt zich gelukkig als hij een liedje kan schrijven, want bij Gezelle zijn dichtje en liedje synoniemen. 'Ik jeune mij daaraan, als ik een liedje mag dichten'. Dicht en deun liggen dicht bij elkaar, gedicht is dikwijls synoniem voor gezang: deunt(je), dicht(je), rijm(ke), leis, gezeisel, reken en staven.[1] Titels van zijn bundels wijzen naar liederen: 'Gedichten, gezangen en gebeden' en de bundel 'Liederen, eerdichten et reliqua'.

 

Over Gezelles eigen muzikaliteit zijn er wel bijzonder weinig getuigenissen. Daarom is wat Remi Ghesquiere hierover zegt interessant.[2] Ghesquiere, die organist was in de O.-L.-Vrouwekerk waar Gezelle onderpastoor was, weet het volgende te melden: Gezelle had een tamelijk klankrijke stem, wat ruw en niet bijzonder zangerig. Hij zong perfect juist, maar had geen aangenaam timbre: Gezelle wist niet wat het was een stem te doen leiden of te doen dragen. Zoals bij het spreken overdreef hij zijn accenten bij het Gregoriaans zingen waarvan hij overigens een vurig propagandist was.

 

Ghesquiere zag echter nooit dat Gezelle een harmonium bespeelde of noten kon lezen. De dichter hield wel van het orgelspel.

Ook het pianospel kon de dichter bekoren. Nadat Gezelle kennis had gemaakt met Edgar Tinel schrijft hij:

 

            Hebt gij Tinel

            Edgar Tinel gezien,

            gezien, gehoord, gesproken?

            En  heeft hij u

            dat overstoflijk brood

            van zang en spel gebroken

            op zijn clavier?

 

Gezelle zelf was niet in staat om te componeren, maar kon wel een melodie voorzingen, dikwijls teruggaand naar Franse en Duitse voorbeelden. Of zoals Ghesquiere besluit: Gezelle was geen notenmusicus, maar wel een woordmusicus.

 

 


[1]  A. Van Wilderode, "Gezelle en het lied", in :  Gezellekroniek, 10 , p.52

[2] L. Lambrechts, "Was Gezelle een musicus?", in : Muziek-Warande, 10 (mei 1931), nr.5, p.101-102